Ontmoetingen om in te lijsten

(Eerst even een kleine huishoudelijke mededeling. Het is niet altijd voor iedereen duidelijk dat er achter de mail die een nieuwe blog aankondigt, een hele website zit waar ik uren aan gewerkt heb 🙂 Je vindt die website door op de titel van de nieuwe blog te klikken. )

Wat zou het toch gemakkelijk zijn, als je in mijn hoofd mee zou kunnen lezen. Daar spelen hele verhalen zich af. Vers van de pers, in keurig opgestelde zinnen en met grappige wendingen. Dat zou toch weer een hoop energie schelen, want of ik het nu wil of niet: in mijn hoofd ratelt die verhaalstem toch wel door. Punt is dat tegen de tijd, dat ik de energie en de kans heb om het op het toetsenbord in te tikken, er al weer zoveel is gebeurd, dat alles over elkaar heen tuimelt.

Dit was de onverwachte troostprijs toen de “eeuwige sneeuw” zijn naam niet waar maakte, zoals we al wel hadden verwacht. Een lange en dure weg bracht ons naar een intrieste, grijze, bijna vuile, omgeving waar ze druk in de weer waren om te proberen met kunstsneeuw de hoogtijdagen te laten herleven. Gelukkig konden we dit depressieve tafereel letterlijk de rug toekeren om op deze grandioze plek afscheid te nemen van mijn schoonvader. Hij wilde zo graag een keer terug naar zijn geliefde Oostenrijkse bergen. Zijn wens is uitgekomen.

Afgelopen jaar hebben we dankzij onze Vouwie, bijzondere ontmoetingen gehad, ons verwonderd over prachtige natuur (ver weg van reclameborden, afgrijselijke hotels en hordes campers), afscheid genomen en teleurstellingen overwonnen. Eigenlijk is er meer te vertellen dan mijn energie het toe laat en ik ben nooit goed geweest in keuzes maken… Tel daarbij de duizend foto’s op die ik door moet gaan, weg moet gooien, bewerken en er slechts enkele uit moet kiezen die bij mijn verhaal passen. Vergeef me als ik de verkeerde keuzes heb gemaakt. Het was een lang en moeizaam proces deze keer, want ondertussen wordt dit alles door een aangewakkerde oude liefde, ook nog eens met een tsunami aan gedachten en een nooit eindigende to-do-lijst overspoeld (waarover later meer.) Zie daar nog maar eens een lijn in te brengen. Dat gezegd: het is maar goed dat je niet mee kunt  kijken in dat koppie van mij, want je zou zó hard en ver weg rennen, dat je voor het komend half jaar de blijkbaar heilige 10.000 stappen per dag, in één ruk zou halen.

We hebben intens genoten van onze kampeeravonturen. Laat ik daar mee beginnen. Zodra we Vouwie parkeerde bij ons onder de carport, waren we al bezig om het volgende tripje te realiseren. Hele dagen buiten, weer of geen weer en veel mensen ontmoet. Rare maar ook bijzondere exemplaren. Het lijkt wel de echte wereld.

Van campinggluurder tot boontjes

De rust en ruimte opzoeken, bleek niet zo gemakkelijk om meerdere redenen. Er is geen moment in ons opgekomen dat ik zo de aandacht zou trekken. Degenen die mij kennen, weten dat dat wel het laatste is waar ik op zit te wachten. Bij de zoveelste keer vraag “wat er toch in hemelsnaam gebeurd is”, denk ik stiekem best wel eens “moet dat”. Ze bedoelen het natuurlijk wel oprecht en ik probeer dan ook iedere keer kort en bondig duidelijk te maken wat de essentie van het probleem is. Dat ze daarmee nog lang niet alles weten en begrijpen, geeft niet. Het kost me tenslotte iedere keer weer energie die ik eigenlijk aan andere dingen wil spenderen, maar het levert ook hele mooie gesprekken op met mensen die je anders misschien alleen goedendag had gewenst.

Deze kat was al uit de boom gekeken. Op een of andere manier komen we in Frankrijk altijd een heleboel katten en honden tegen die braaf wachten tot ze zijn vastgelegd. Dit jaar kwamen daar nog geiten en koeien met rinkelende bellen bij.

De meesten kijken eerst de kat uit de boom. Otto staat dan nog in de volgepakte auto verstopt, maar met een nek- en schouderbrace uit de auto stappen, zorgt er bij de gemiddelde campinggluurder al voor, dat ze in tegenstelling tot de ongegeneerde versie van we-gaan-er-eens-lekker-voor-zitten-en-lachen-ons-krom-om-de-nieuwe-sukkels, zich verschuilen achter hun krantje en alleen kijken als ze dénken dat wij het niet zien. Die groep verdeelt zich vervolgens in twee groepen. Je hebt de mensen die later – als ze me lachend en vrolijk zwaaiend over de camping zien manoeuvreren met een gevaarlijk hobbelende en rinkelende afwasbak op mijn schoot – weliswaar soms aarzelend, maar toch hun bewondering uitspreken voor het feit dat ik me niet laat weerhouden om te kamperen. En dan heb je degenen die achter hun gordijntjes en krantjes blijven gluren zonder maar een vriendelijk goedemorgen. Die hoor je dan ook bijna denken, dat het toch maar erg vreemd is dat ik daar ”ineens” in een rolstoel rijd, terwijl ik de dag ervoor nog een vouwwagen kon opzetten.

Ik heb ook wel begrepen, dat dit soort dingen ook letterlijk over in ieder geval één van de campings gonsden. Het leuke was, dat ik dat hoorde van een vrouw die vlak voordat ze ging vertrekken, speciaal naar  de tent kwam, omdat ze niet weg wilde gaan zonder haar bewondering uit te spreken.

Ikzelf vind de keuze die ik heb gemaakt om weer te gaan kamperen, niet erg bewonderenswaardig, misschien zelfs wel egoïstisch, maar dat werd meteen weg gefuifd. Het was ook niet alleen voor het feit, dat ik kampeerde, maar ze vond ook dat ik zo vrolijk was, ondanks alles.

Ze bleek in de gezondheidszorg te werken en haar werk op een uitzonderlijke manier uit te voeren. Vaak tegen de standaard normen in met alle gevolgen van dien, juist omdat ze vindt dat mensen die zorg nodig hebben, hun trots en de controle niet kwijt hoeven te raken. Mensen moeten zelf aan kunnen geven wat ze willen doen of waar ze hulp bij nodig hebben en hoe ze die hulp dan ingevuld willen hebben. Ze begreep ook zonder uitleg van mijn kant, dat dit soort keuzes bij sommigen ervoor zorgen dat andere dingen moeten afvallen. Het feit dat ik verplicht ben meer hulp af te nemen dan goed voor me is, maakte haar woest (let wel: enkel op papier want de werkelijke hulp kan nog jaren en jaren duren).

Ze vertelde dat haar schoondochter net het doembericht had gekregen dat ze MS heeft. Pas net een maand ouders van hun eerste kindje en dan zoiets. Pffff… wat is er toch een hoop ellende in de wereld en wat bof ik toch maar weer, dat we onze droom om weer te gaan kamperen, tot leven hebben kunnen wekken. Ze had hen blijkbaar over mij verteld en dat ook voor hen het kamperen echt wel door kon blijven gaan, want dat toonde ik wel aan.

Zo hey… Zit je dan.. voor je tentje, je boontjes te doppen (letterlijk), terwijl je al jarenlang nauwelijks contacten hebt buiten het huis en het nog maar zo kort geleden is, dat je eigenwaarde zo naar de beneden was gehaald.

Een levend schilderij

Het zou niet de enige ontmoeting zijn, waaraan ik terug kan denken met een glimlach. Er volgden er nog veel meer en ik denk dat er ook nog veel meer zullen gaan komen. Zelfs de mensen die er in het begin echt wel een beetje moeite mee hadden om een gesprek met me aan te gaan of die zich juist op hun tenen getrapt voelden, omdat ik alle uitnodigingen afsloeg om me in het sociale gebeuren te dompelen, zwaaiden ons vol vrolijkheid en met lieve woorden uit als het tijd werd om weer huiswaarts te gaan. Het zou meermaals gebeuren, dat ik te horen kreeg dat mijn vrolijkheid aanstekelijk was en dat het genieten van me afstraalde. Hoe mooi is dat. Doe ik ook nog eens iets goeds voor de samenleving 🙂

Daar was de ontmoeting met mijn rolgenoot in zuid-Frankrijk, die blijkbaar heel geduldig pal naast me stond te wachten, terwijl ik mijn camera naar een van de vele mooie balkonnetjes in Céret richtte. Ik hoorde Manlief grinniken en toen ik de camera naar beneden liet zakken, keek ik in een grote grijns van een jongen die blij was om iemand op gelijke hoogte te zien. Ondanks dat zijn spraak moeizaam ging, lukte het toch om te begrijpen dat hij zijn bewondering uit wilde spreken voor Otto. Toen ik vroeg of hij ook blij was om er op uit te kunnen met zijn rolstoel, was het overduidelijk dat dat het geval was, ook al kwamen de klanken niet helemaal over.

Ons bezoek aan Céret was trouwens voor mij wel het hoogtepunt van onze tripjes. Zonder veel moeite kon ik eindelijk weer een keer mijn grote liefde uitoefenen: straatfotografie. Ik vind het nog wel steeds lastig om dat vanuit een vasten, lage positie te moeten doen. Ik was nog lang zo iemand die zich in de meest vreemde bochten kronkelde om het beeld precies zo te vangen als ik het wilde hebben. Nu moet ik toch vaak genoegen doen met iets waar ik eigenlijk minder blij mee ben, maar in Céret wist ik in ieder geval van gekkigheid niet waar ik mijn camera op moest richten. Een levend schilderij, prachtig! Als bonus kwam precies op het juiste moment een Franse madame haar huis uit alsof ze een melkmeisje was. Haar mooie glimlach maakt het allesbehalve perfecte licht, meer dan goed. Dan ziet een tripje naar de glasbak er bij ons toch heel anders uit, niet?

Van messentrekkers en zo

Wij zijn na onze ervaringen van dit jaar opgelucht over het feit dat we nooit aan een camper hebben kunnen beginnen. Wat een ongezellige sfeer creëren die! Tel daar dan de caravans bij op waar de mensen op dezelfde manier “kamperen” en je bent als tent-kampeerder een buitenbeentje en een echte die-hard in hun ogen. Toch moet ik toegeven, dat ik me kostelijk heb vermaakt met het reilen en zeilen van mijn mede-kampeerders. Ja ja, ook ik. Je moet wat hè, om de dag door te komen.

Bij de wasbakken op camping numero twee in het Brabantse land ving ik een gesprek op tussen twee oudere dames. Het was nou niet echt een gesprek dat je op een camping verwacht. Er werd vol afschuw gesproken over mensen die hun hond los laten lopen. “Dan weet je wel waar ze vandaan komen…”, klonk het. Ik wilde net beginnen over mijn “bloeddorstige” honden die de tijd van hun leven hadden als ze lekker mochten rennen, toen er een levensreddende waarschuwing volgde. “Je kunt die mensen er maar beter niet op aanspreken, hoor!  Tenslotte loopt tegenwoordig bijna iedereen met een mes op zak.” Ik was blij dat er in mijn afwasbak textiel zat en geen bestek, maar voor de zekerheid ben ik toch maar heel stilletjes weggerold.. Voordat je het weet, sta je te boek als tuig van de camping. Ik ging snel terug naar mijn veilige plekje achteraan op de camping met uitzicht op de koeien. Die lekker los konden lopen, zonder dat ze werden veroordeeld.

Het tumult van de kalfjes die voor het eerst naar buiten mochten en in volle galop over de afrastering de camping op stormden, hebben we helaas gemist, maar het duurde nog dagen voordat ze de gekkigheid uit hun lijf hadden gerend en ondertussen vermaakte ik me kostelijk met hun gekke capriolen.

Van de regen in de drup

De  eerste dagen zat iedereen binnen of het nu goed weer was of niet. Toen  ze na drie dagen regen eindelijk naar buiten kwamen, begonnen ze allemaal de druppels van hun campers te poetsen. Ik zag de bui al hangen, maar zij blijkbaar niet, want terwijl ze nog aan het poetsen waren, diende zich weer nieuwe regen aan. Er zat niets anders voor ze op om weer naar binnen te gaan. Toen de regen na een paar uur voorbij was, gingen de deuren weer open. En jawel,  het tafereel herhaalde zich van voor af aan. Gelukkig voor hen bleef het daarna een lange periode droog. Je zou nog doodmoe thuis komen van je vakantie op die manier!

Deze bui zagen we naderen terwijl we net met veel moeite de top van een berg hadden beklommen en we op het zonovergoten terras op de top aan een welverdiend drankje zaten. “Die bui komt niet tot hier,” zei mijn eigen Pelleboer en dus zetten we – ik met een bang hart – de afdaling weer in . Ervaring leert, dat ik na zo’n voorspelling maar beter als de wiedeweerga voor een afdak zorg. De bui bleek zich dan ook niks aan te trekken van die voorspelling.
Dit is overigens geen zwart wit foto… de kleuren waren letterlijk helemaal weg, terwijl een half uur eerder de zon nog volop leven bracht in het herfstlandschap. Met gevaar voor eigen leven heb ik mijn grootste angst opzij gezet en ben ik midden op een open deel gestopt om dit tafereel vast te leggen. De gil die ik slaakte vanwege de enorme donderslag pal boven mij, meteen nadat ik op het knopje had gedrukt is gelukkig niet vastgelegd. Maar hard dat ik daarna de rest van de weg naar beneden racete!

Bij thuiskomst vonden we dit dametje, schuilend in onze tent voor de nog steeds striemende regen. Ik had echter zo’n vermoeden dat ze net uit ons bed was geklommen. Dat vermoeden werd bevestigd toen mevrouw doodleuk de slaapcabine ingewandeld kwam en met een soepele sprong tussen de warme dekbedden verdween. Dat duurde natuurlijk niet lang, maar blijkbaar was het wel bevallen, want ‘s nachts heeft ze nog een keer een ingang gevonden en plofte ze nogmaals op het bed. Dierenvrienden als we zijn, wilden we graag ons plekje met haar delen, maar ons bed ging toch nét te ver.

Respect

Op de derde camping in het Brabantse met veel vaste gasten, werd ik op de eerste dag al aangesproken door een vrouw die “de vraag” stelde. Of ik dat niet zat was, steeds diezelfde vraag, zei ze uit zichzelf al. Ik grijnsde en zei dat ik dat niet erg vond, als ik er maar bij mocht gaan zitten. Ze luisterde en begreep al veel nog voordat ik het goed en wel had uitgesproken. Ook van haar kreeg ik te horen, hoe geweldig ze het vond dat ik me niet liet kisten en er zo vrolijk onder bleef, maar ook zijzelf bleek een verhaal te hebben.

Ze kwam al jaren op deze camping, samen met haar man. Een ernstige aandoening had hem uiteindelijk bijna volledig verlamd. Toch hadden ook zij zich niet uit het veld laten slaan. De caravan werd aangepast en de thuisverpleging ging gewoon mee. Zo hadden ze de laatste jaren het hele kampeerseizoen doorgebracht, want hij genoot nog steeds enorm van het buiten zijn. Tot hij, vlak voordat ze weer naar de camping zouden vertrekken, overleed.

Deze nog vrij jonge oma zei, dat ze op dat moment voor een keuze stond. Bij de pakken neer gaan zitten en zich opsluiten in huis of de moeilijke stap nemen om alleen naar de camping te gaan waar ze samen zo hadden genoten. Het feit dat we daar met haar zaten te praten, terwijl haar gezicht een warme glimlach vertoonde, getuigde dat ze de laatste – moedige – beslissing had genomen.

Over respect gesproken. In de twee weken dat we daar gestaan hebben, is mijn respect naar haar toe alleen maar gegroeid. Wat een lach en wat een vriendelijkheid en warmte straalde ze uit. Ook al maak ik me geen illusies en zal zij ’s avonds in het donker vast haar moeilijke momenten kennen. Wie kan haar dat kwalijk nemen.

Een foto op de campingtafel

Later kwamen we in Oostenrijk langs Wout te staan. Wout liet ons begaan met de tent, maar bekeek alles goed. Het viel op dat hij alleen was. Die avond kwam hij voorbij met een rollator en hij zat duidelijk om een praatje verlegen. Heel snel bleek dat hij en zijn vrouw al dertig jaar op de camping kwamen en dat ze ook dit jaar hier samen de zomer waren begonnen.

Al jaren was zijn vrouw slecht ter been en reed hij haar met een rolstoel rond; zelfs bergopwaarts tot een aantal jaren terug. De tranen rolden ondertussen over zijn wangen toen hij vertelde, dat ze twee maanden ervoor plotseling opgenomen moest worden en dat ze uiteindelijk Oostenrijk niet levend meer heeft verlaten. Hij is alleen naar huis gereden. Dit was niet de enige keer dat ik tijdens een gesprek met hem even moest slikken of mijn tranen terugdrong.

Na een maand met zijn verdriet te hebben gezeten, werd hij aangemoedigd door zijn zoon om naar Oostenrijk terug te keren. Het kostte hem moeite en nog steeds wel, maar hij was terug gegaan en hij was blij dat hij die stap had gezet. De foto van zijn vrouw werd iedere ochtend buiten op het tafeltje gezet en iedere avond ging die weer mee naar binnen. Zo was ze er toch nog een beetje bij.

Wout zat vol verhalen en vertelde die iedere keer met verve. Hij had geen schroom om zo nu en dan zijn verdriet te tonen bij mooie herinneringen en het was fijn om een luisterend oor te bieden, ook al kostte het mezelf best veel energie. Hij bleef maar zeggen hoe fijn hij het vond, dat hij met ons kon praten. Ik kon het echt niet over mijn hart verkrijgen om me terug te trekken. Toen ik hem later een paar stukken pizza had gebracht van de pizzeria die hij had aanbevolen, zag ik hem stilletjes genieten.

De plek die we op de camping hadden gekregen, viel ons – op onze lieve buurman na dan – echter zo tegen, dat we na vijf dagen besloten te vertrekken in plaats van de drie geplande weken te blijven. Dat bericht kwam hard bij Wout aan en het brak ons hart om hem zo achter te laten. Hij kwam de avond van te voren afscheid nemen, want hij kon het niet aan om er ’s ochtends bij te zijn. Ik denk dat hij mijn achtergelaten briefje met telefoonnummer niet meer gevonden heeft.  We hebben helaas niets meer van hem gehoord, maar ik hoop dat hij ook volgend jaar weer terug kan gaan naar zijn geliefde Oostenrijk.

Vive la France

We namen ons hele hebben en houden mee naar Zuid-Frankrijk en ondanks dat de reis er behoorlijk inhakte, slaakten we beiden een zucht van verlichting toen we de grens overreden.  Wat een heerlijk land is dat toch. Alleen het weer al zorgde ervoor dat we eindelijk tot rust kwamen. We moesten wel, want het was ook te warm om iets te doen en dat kwam goed uit. Na een paar dagen uitrusten, konden we dan ook weer wat uitjes maken.

Ook daar troffen we bijzonder lieve, mensen. De buurvrouw Corine heeft er zelfs voor gezorgd, dat ik niet meer onnodig moest gaan zitten wachten tot de mindervalide douche- en toiletruimte vrij was van mensen die alleen maar – uitgebreid- gebruik wilde maken van de grotere ruimte en de thermostaatkraan. Dat ik ondertussen niet eens naar de wc kon, ach ja. Het is heel grappig dat mensen ineens vinden dat we bevoorrecht zijn als het gaat om sanitair en parkeerplaatsen. Ik wil best ruilen en een paar keer op een knopje drukken onder de douche of lekker een stukje wandelen naar een toilet zonder beugels, hoor. Zeg alleen niet dat ik je niet gewaarschuwd heb, want van ruilen komt huilen.

Met een rolstoel over de fel stijgende en dalende hobbelweggetjes in de karakteristieke Franse dorpjes geeft veel bekijks. Meestal doe ik alsof ik het niet zie, maar soms stralen mensen zo, dat ik niet anders kan dan grijnzen. De bewonderende gesprekjes van mensen die begrepen hoe blij ik ben met zo’n stoere kanjer als Otto; een hand op mijn schouder met heel veel goede wensen. Het  maakt zo’n bezoekje heel bijzonder. Veel meer dan zo’n bezoekje zit er op een dag ook niet in. Na een uurtje of zo ben ik ook blij weer in de auto te zitten. Het zijn geen dagtochten van 6 uur meer zoals ik ze tientallen jaren geleden nog ondernam dwars door pijn en vermoeidheid heen , maar dat geeft niet. Ieder genietmomentje is er één. Ik koester ze stuk voor stuk.

Llauro (uitgesproken als jauro), het dorpje naast onze camping, bracht ons wel een heel bijzondere ontmoeting. We werden aangesproken over Otto (wie anders) in rap Frans en met een glimlach om haar mond door Nicole. Mijn Frans is ondertussen een klein beetje opgetrokken, maar dat ging toch echt te onverwacht en te snel. Toen ze dat merkte, ging ze over op een iets langzamer tempo, afgewisseld met perfect Engels. We voelden ons meteen op ons gemak  en omdat ze ons alle ruimte gaf om na te denken en fouten te maken, ging ons gesprek steeds wat beter. Voordat ik het wist, wisselden we gegevens uit met het aanbod om te helpen met het oefenen van de Franse taal. We genieten enorm van dat soort gesprekjes en met een warm gevoel gingen we verder het dorpje in om even plaats te nemen onder de prachtige plataan op het kleine, uitgestorven, pleintje. Gewoon even zitten: luisterend naar de rust, lachend om de hond die al balancerend op de rand van het dakterras op ons neerkeek en zwaaiend naar het lieve jongetje dat door een open raam spontaan begon te wuiven.

Het kleine dorpje Llauro met een van de vele platanen die je in zuid-Frankrijk van heerlijke schaduw voorzien.

Pas op: loslopende honden die je van boven met een guitige blik bekijken.

Laatste stop

Het werd tijd om langzaamaan naar huis te gaan. In de Ardèche bleven we nog even hangen op een camping met lieve mensen aan het roer die ik graag weer even wilde zien. Ik was erg moe en veel hebben we niet meer gedaan. Wel zijn we gaan zoeken naar een plek, die we de vorige keer dat we hier waren, per ongeluk hebben gevonden. Ver weg verstopt, achter een afzichtelijk stukje landschap, ontvouwt zich na een zeer moeilijke klim, een uitgestrekt, glooiend zen-landschap. De vorige keer deed ik die route nog met mijn krukken, maar vraag niet hoe. We zijn echter beiden geen opgevers en we redden het uiteindelijk (ik bijna in tranen) tot bovenop een hoge heuvel. We werden daar getrakteerd op een machtig mooi natuurspektakel. Als kers op de taart zag je in de verte de Mont Blanc.

Met goed speurwerk en een grote dosis geluk vonden we de parkeerplaats weer en gingen we de strijd aan om boven te komen. Deze keer met Otto. En Otto vindt veel uitdagingen leuk, maar deze niet. Het werd hem en mij te veel, maar Manlief wist van geen ophouden en sleepte mij en Otto met zich mee. De beloning was net zo adembenemend als de vorige keer al was het deze keer niet zo helder waardoor de Mont Blanc in een mist verdween. Ik was nóg trotser op Otto én mezelf, dat we daar boven waren uitgekomen.

Via Whatsapp kwam er nog een uitnodiging van Nicole voor een picknick wanneer we weer in de buurt zouden zijn. In Frankrijk is picknicken een geliefde bezigheid. In het weekend komen families en vrienden vaak bij elkaar in parken of op bijzondere plekjes die je als vakantieganger alleen maar toevallig tegen kunt komen. Spelende kinderen, ontspannen in de schaduw van de bomen, lekker eten en wijn: de Fransen weten het leven wel te waarderen (al is het laatste niet aan mij besteed). Wie weet, misschien dat we op een dag deel uit mogen maken van zo’n Frans tafereeltje. Avec plaisir!

Een valse start

Het bleef een tijdje stil rond onze plannen om geweldige kampeeravonturen tegemoet te gaan. Niet dat er nog niets te vertellen viel. De energie was er gewoonweg niet om de woorden uit mijn hersenen en vingers te laten vloeien. Maar goed: een maand geleden konden we hem dan toch eindelijk ophalen. Na een demonstratie van nog een kampeerder in hart en ziel die met pensioen was, maar het niet kon laten om zijn kennis te delen (als je ooit hebt gekampeerd dan ken je die types wel), volgde de eerste rit naar huis. Onze namen-traditie moest natuurlijk voortgezet worden en om het ook deze keer niet te moeilijk te maken voor onze mistige hoofden, werd het simpelweg Vouwie.

Vouwie en wij kregen meteen daags erna onze echte vuurdoop, toen we neerstreken op een camping op de Veluwe. Niet zo zeer een plek waar we normaal naar toe zouden trekken, maar we wilden toch onze geldschieter de eerste blik gunnen.

Achteraf konden we ons wel voor de kop slaan, maar de eerste beginnersfout was al snel gemaakt. Omdat we zoveel lengte hebben met vouwwagen, voortent en luifel, kregen we een plekje toegewezen in plaats van het zelf te kunnen uitzoeken en dat was precies op een viersprong. Best druk voor iemand bij wie die de kleinste dingetjes nog binnenkomen. Deze hernieuwde-beginnelingen besloten de achterzijde van de vouwwagen naar de viersprong te zetten en zo een rustig plekje te creëren. Dat het niet helemaal netjes was, wisten we op dat moment al wel, maar pas toen we uren later terugkwamen van het sanitairgebouw, drong het echt tot ons door dat het ronduit asociaal was. Eens en nooit meer dus, behalve als je daardoor anders een prachtig uitzicht moet missen.

Voor we tot die conclusie kwamen, moest Vouwie natuurlijk nog wel tot leven gewekt worden. Eigenlijk ging dat best goed, totdatdeze dame buiten even niets meer kon doen en dacht vast het bed op te maken. Deze vouwwagen is uitgekozen voor het extra lange bed die eigenlijk bedoeld is voor lange mensen. In plaats van in de lengte te gaan liggen, moet ik natuurlijk weer eens zo nodig dwars doen en nemen we dat nu heel erg letterlijk. Dankzij het extra, opklapbare, deel kan ik de extra kussens een plekje geven die mijn elektrisch verstelbare bed tijdens onze tripjes moeten vervangen. Bij aankomst moet dat deel nog neergeklapt worden: zo geschieden… Om ongelukken te voorkomen met te ver uitstrekken, ging ik heel voorzichtig om niet te vallen, via het opstapje op de rand van het bed zitten. Zo, dat had ik al voor elkaar. Ik zat net eventjes wat uit te blazen en genietend om me heen te kijken, toen dat rustieke moment bruut werd verstoord.

Een enorm onheilspellend geluid vulde de tent en voordat ik het wist, stortte ik met een enorme klap bijna een meter recht naar beneden om met een harde klap op de grond terecht te komen. Boven de lawine van vallend ijzer slaakte ik een hevige kreet. Een ongelofelijke pijn schoot door mijn rechterarm en –schouder en vervolgens voelde het alsof mijn arm niet meer aan mijn lijf vast zat. Ik pakte hem automatisch vast en keek ernaar terwijl ik zachtjes probeerde te jengelen, omdat ik niet al meteen bij de hele camping bekend wilde staan.

Even dacht ik, dat het beeld dat ik zag, werd vervormd door de tranen die in overvloed over mijn wangen rolden, maar helaas. Doordat ik recht naar beneden was gestort en ik me waarschijnlijk automatisch wilde opvangen, was ik plat op mijn hand terecht gekomen met een uitgestrekte arm erboven . Gevolg: mijn arm en daarna mijn schouder die toch al dringend aan een schouderbrace toe was, kregen de volle klap te verwerken. Mijn schouder had het niet gered, was volledig uit te kom geschoten en mijn arm was helemaal naar achteren gedraaid. Iedereen kan natuurlijk zijn hand achter zich zetten, maar niet je hele arm meedraaien. Ik knipperde een paar keer, maar mijn hand was helemaal nergens te bekennen en ik kon aan de spieren in mijn arm zien dat die op een hele onnatuurlijke manier waren weggedraaid. Bovendien kon ik mijn hersenen opdrachten geven wat ik wilde, maar mijn spieren reageerden niet en de arm bleef staan waar hij stond. Met behulp van mijn linkerarm haalde ik de druk van zijn -uit de bocht gevlogen- metgezel. Ondertussen was Manlief natuurlijk op het enorme lawaai en mijn gejengel af komen rennen. Het eerste wat een omstander doet, is vragen wat er gebeurd is, maar antwoord geven is op zo’n moment geen doen. Hij moest het met het gejengel doen. Hij kwam dan ook zelf tot de conclusie dat ik een klein detail was vergeten bij het bed open klappen: de pootjes hadden ook nog uitgeklapt en vastgezet moeten worden. Oeps…

Vroeger had je van die poppen waarbij de armen en benen er heel gemakkelijk los kwamen met een plop om vervolgens hulpeloos aan een elastiek te bengelen. Zie je het voor je? Ik was die pop. Al waren die poppen een stuk stiller als het gebeurde.

Voor het eerst dacht ik dat ik niet onder de eerste hulp uit zou gaan komen. Dit was zo fout, dit lukte me vast niet zelf. Toch is het precies dat wat je gaat proberen, want het is het enige waar je je op zo’n moment op kunt concentreren. Alles wat ik bewust en onbewust heb opgepikt in de afgelopen 52 jaar wierp ik – heel voorzichtig, want o wat een pijn – in de strijd om er in ieder geval de scherpste kanten af te halen. Ondertussen schoot het bij mij en stilletjes ook bij Manlief door het hoofd: daar gaat onze droom. De droom al stuk nog voordat deze goed en wel begonnen is. Kreeg Karma dan toch nog zijn zin? Dat was echter voor latere zorg; ik moest eerst van die helse pijn af en weer controle krijgen over mijn arm. Gelukkig droeg ik zoals bijna altijd mijn nekbrace, al voelde ik later dat mijn nek wel een klap had gekregen. Zonder de nekbrace zou het echter veel akeliger hebben kunnen aflopen.

Stukje bij beetje werd het weer te behappen en begon ik Marcel weer mee te helpen. Ik wilde me niet laten kisten en ons plezier vergallen. Even zakte de grond nog bijna onder me weg toen Manlief tot de conclusie kwam dat het opklapdeel van het bed was afgebroken. Gelukkig is het een echte MacGyver en lukte het hem provisorisch op te lossen. Later trouwens ook nog definitief. Pffff…

Was het opzetten – zeker zo’n eerste keer – al best lastig; ik had het er niet gemakkelijker op gemaakt met een arm die duidelijk te kennen gaf niet meer mee te willen doen. Toch pech voor die arm dat hij aan mij vast zit, want erbij gaan zitten kijken hoe iemand anders werkt, is niks voor mij. Zo goed en zo kwaad als het ging en een stuk langzamer dan ik zou willen, deed ik wat kon en nodig was. Mijn zorgen dat de keuken het grote struikelblok zou worden, werd door mijn actie nog eens extra duidelijk bevestigd. Ter plekke kwamen we dan ook tot de conclusie dat er alsnog wieltjes onder moesten, maar dan wel een eigen constructie. Zeg nou zelf: tweehonderd euro voor een stel wieltjes is toch wel van de zotte. Het lukte me met mijn lamme armpje nu ook echt niet om de keuken op zijn plaats te krijgen, maar een van de grote voordelen van een camping: er is altijd wel iemand die een helpende hand wil reiken. Zo geschieden.

Pas heel laat in de avond en na de beslissing het zonneluifel niet meer op te zetten, ploften we doodmoe neer en konden we onze nieuwste aanwinst eens goed bekijken. De wagen die in eerste instantie toch echt waterpas had gestaan, leek dat nu niet meer te doen. Het leek een beetje zoals mijn hoofd op mijn nek staat. Een knik in de tent van de wagenbak maakte dat ook die er een beetje zielig bij stond. Dat alles resulteerde als een domino-effect op de voortent waardoor ook het kuipzeil niet helemaal lag, zoals het zou moeten. Oppassen geblazen bij het binnengaan van de tent, want een valpartij zou mijn lijf niet meer aankunnen.

Voor Manlief was de aanblik van onze Vouwie reden om zeer ontevreden te zijn over het resultaat, maar ik nam – waarschijnlijk ook terecht – de schuld op me van de krakkemikkige looks van de wagen(tent) die door mijn val vast ontzet was geraakt. Het was nogal geen klap! Ik was vooral trots op ons, omdat ondanks de heftige tegenslag en de schrik die er nog steeds goed in zat, we voor het allereerst onze Vouwie toch maar wel hadden staan. Het bed lonkte en na alle stress lukte het me zelfs grotendeels door de pijn heen te slapen.

De volgende ochtend kon het genieten dan echt beginnen. Een ontbijtje buiten: is er nog iets zaligers te bedenken? Het mindervalide sanitair waar ik een sleutel van had gekregen, was geweldig. Ik kon alle tijd nemen die ik nodig had en dat is tegenwoordig een stuk meer dan vroeger. Zittend douchen, een kruk bij de wastafel en de wc met beugel in dezelfde ruimte zodat ik geen energie hoef te stoppen in het heen en weer gaan. Zoveel beter dan de huisjes en kamers die we in de afgelopen jaren hebben bezocht. Een super ventilatie gaf ons een gerust gevoel en van de handgel maakten we dankbaar gebruik. Al viel het ons toen al op, dat mensen blijkbaar snel (willen) vergeten.

Toen we later op het pad een van onze mede-kampeerders op het veldje tegenkwamen, bleek dat ze mijn val en mijn ijzige kreet hadden meegekregen. Het zou het eerste, maar zeker niet het laatste, gesprek worden met iemand die oprecht geïnteresseerd wilde weten wat er met mij aan de hand is. Ik vind dat altijd een moeilijke, want ik wil de mensen niet overdonderen met het hele gebeuren dus ik hou het maar op het bindweefselprobleem en uit de bocht vliegende onderdelen met als gevolg een systeem dat over de toeren is. Ik vind het net zo fijn dat er weer mogelijkheden zijn om leuke gesprekken te hebben. Net lang genoeg om niet uitgeput te raken.

Ondanks de voelbare schade die mijn schouder had opgelopen en de zenuwpijn die door mijn arm schoot, genoot ik van het buitenleven. Precies zoals ik me had voorgesteld. De energie ging daar in zitten; niet in de rompslomp thuis waardoor er niets meer over blijft voor genieten. En Manlief? Die had ik in jaren niet zo ontspannen meer mee gemaakt. Missie geslaagd zou ik zo zeggen. Het volgende tripje kon niet snel genoeg komen! Al zal ik voortaan Manlief eerst de poten laten controleren voordat ik mij op het bed waag. 😁

De tweede poging leverde een superstrakke Cabanon Malawi 2.0 Royale op. Een opvallende verschijning tussen alle campers en caravans 😍

Universum

Jaren geleden heb ik mijn trots, mijn lange bos haren af moeten laten knippen. Mijn linker schouder was al zo lang zo slecht, dat ik mijn haar alleen nog maar kon laten hangen. Mijn arm hoog genoeg optillen, lukte niet meer of niet lang genoeg en Manlief stond niet te trappelen om een spoedcursus haardracht te volgen. Het was even slikken, maar door er een positieve draai aan te geven Рik doneerde het haar Рvoelde het uiteindelijk wel ok̩.

Toch bleef het een beetje smeulen en toen de schouder zich redelijk vast had gesetteld (wat niet wil zeggen dat het de juiste manier is natuurlijk) en de pijn minder werd, ging ik toch weer een poging doen om mijn haar te laten groeien. Ik ben er nog lang niet, maar in de tussentijd besloot de rechter schouder dan maar dwars te gaan liggen. Of eerder kun je spreken van een constant gewoel. Je raadt het al, nog voor mijn haar het rampstadium voorbij is, zit ik weer met een arm die niet aan staarten en knotjes wil mee werken. Wil het universum iets zeggen of zo?

De afgelopen weken waren er van vol spanning uitkijken naar komende dinsdag: de dag dat we eindelijk onze vouwwagen op kunnen gaan halen en aan onze kampeeravonturen kunnen gaan beginnen. Natuurlijk gaat er van alles door mijn hoofd. Er kan veel mis gaan met ons plan om nog jaren en jaren te genieten van het buitenleven, we zijn tenslotte niet de jongsten meer 😁 Maar ach, dat geldt voor iedereen toch?

Sociale media mijd ik nog steeds veel. Dat heeft twee redenen. Ten eerste wil ik er mijn energie niet meer aan spenderen, maar een steeds groter wordende reden, is dat ik niet meer geconfronteerd wil worden met wat er allemaal extra mis kan gaan door die rits aandoeningen van mij. De instabiliteit in mijn nek en MCAS als koplopers kunnen lelijk opbreken, maar wat heb ik er aan om steeds geconfronteerd te worden met die ellende als ik er helemaal niets mee kan omdat ik niet de juiste zorg kan krijgen. Getackeld door verzekeringen die je niet naar het buitenland laten gaan waar wél de kennis is. Zelfs al is het Duitsland en mogen lotgenoten vanuit Nederland er wel heen. Zo fijn: één Europa…

Dus, wat doet Rianneke dan, die steekt haar kop in het zand.

Maar daar was dat verdomde universum weer die zonodig weer spelbreker moest zijn.

Dag ̩̩n van de vakantie die we hadden gepland rondom de vouwwagenverjaardag zijn we gisteren goed begonnen. Een ritje met Otto/fiets door ons mooie en rustige achterland naar ons dorpje een paar kilometer verderop. Op het dorpsplein (klinkt gemoedelijker dan de uitlaatgassen en tractorherrie die het pleintje in werkelijkheid overspoelen) een broodje gegeten en ons eerste ijsje van het seizoen genomen, al kijkend naar de plaatselijke bevolking. Mensen Рwe zien ze niet zo vaak de afgelopen jaren. Op afstand toch weer leuk die bedrijvigheid. Ook de terugtocht naar huis ging, al was ik wel erg moe. Het genieten won nog.

Natuurlijk eindigde de dag weer met hoofdpijn en een gloeiend koppie maar dat is al een hele tijd standaard zo. De middeltjes om het enigszins onder controle te houden, zijn altijd binnen handbereik. Bij mijn bed, mijn stoel en in de tas van Otto. Een vroege duik in bed en de volgende dag zal het wel weer gaan. Dat ik de laatste weken extra benauwd ben – ook ‘s nachts – is ook niet nieuws.

Ik werd vroeg in de ochtend wakker met een pijnlijk gezicht. Ik dacht “o nee he” en had het stoere idee om het te negeren. Gezicht was het daar niet mee eens. Toen het gloeien erger werd bij het opstaan, durfde ik bijna niet in de spiegel te kijken. Ervaringen leren echter dat je alles moet vastleggen omdat je anders helemaal niet geloofd wordt. De naïeve newly-born-EDS’er wist dat een paar jaar terug niet. Ze wandelden daarom meermaals gewoon over me heen. Ik heb nu de energie niet om dat soort denigrerende bezoeken nog af te leggen, maar wie weet wat ik ooit nog moet bewijzen. Dus: selfies. Op zich al niet het meest flateuze gebeuren, zeg nu zelf. Maar met een kop waar de Joker niks bij is, is je eigen portret helemaal niet grappig, kan ik je vertellen.
Mocht het nog niet duidelijk zijn: ik zag er weer eens niet uit en dit is weer een van de hevigste keren.

Deze wandelende, gloeiende, vuurtoren voelde zich vandaag op zijn zachtst gezegd, belabberd. Ik gok op een foute zonnebrandcrème met misschien – ondanks het late uur en “charmant” hoofddeksel – toch nog te veel zon. Het kan ook een gevolg zijn van de stress die we eerder op de dag moesten door maken toen er een zeer-slecht-bericht over de aflevering van de vouwwagen binnen kwam. Gelukkig werd dit echter aan het eind van de dag alsnog opgelost, maar emotie is een van de belangrijkste triggers bij me. Of een gezellige cocktail van het bovenstaande. Bij Mcas kan het zoveel zijn: ik ben er eigenlijk jaren geleden al mee opgehouden om een poging te wagen om uit te zoeken wat de triggers zijn. Hield ik het ene achterwege, kwam er wel weer iets anders triggertje spelen.
Ik bracht de dag gloeiend en bibberend en met zware hoofdpijn door terwijl ik letterlijk alles uit de kast heb gehaald om er weer controle over te krijgen. En dat drie dagen voor ons grote avontuur. Goed gedaan, muts!

Het universum wil me misschien zeggen, dat ik mijn kop niet in het zand moet steken omdat de risico’s op grotere gevolgen niet klein zijn. Maar beste universum: fuck off! Ik ga intens genieten van onze buitenleefavonturen. En jij universum, zoekt maar lekker een ander doel om dwars te liggen. Ik ken er een paar die ik het van harte gun. Mocht je verlegen zitten om een lijstje, dan mag je nog één keer mijn pad kruisen. Geef ik het je in het voorbijgaan wel aan.

Ondertussen moet ik Manlief misschien toch maar gaan opgeven voor een cursus “hoe-doe-ik-het-haar-van-mijn-lieftallige-vuurtoren”.

Follow your dreams, they know the way…

Volg je dromen, ze weten de weg… Lange tijd sierde deze uitspraak mijn Facebookpagina. Best een grootse uitspraak voor iemand die vanaf haar negentiende te maken heeft gehad met steeds meer beperkingen en uitdagingen.  In mijn hart klopt die uitspraak 100%. In de praktijk bleef het bij dromen totdat zelfs die vervaagden tot vage schimmen. Ver weg gestopt, nauwelijks nog sluimerend omdat ze onbereikbaar zijn.

Zowel  fysiek als financieel is er niet veel haalbaar. Dat laatste geldt natuurlijk voor veel mensen, maar de duizenden en duizenden guldens en later euro’s die uitgegeven moeten worden vanwege mijn recalcitrante lijf, maken dromen er niet gemakkelijker op.

Op wat kleiner vlak deed ik soms een poging. De fotoacademie bijvoorbeeld. Tot twee keer toe zelfs, maar voor spek en bonen mee doen, is niks voor mij en helaas zat er niet meer in. Toch ben ik blij dat ik een poging heb gewaagd, want ik heb er in die korte tijd écht leren fotograferen.

Een vakantie hier en daar, waarbij ik tot een aantal jaren geleden, soms nog te grote uitdagingen aanging, omdat ik nou eenmaal een nieuwsgierig buitenmens ben. Achteraf gezien kon ik mezelf dan weer voor de kop slaan als de pijnlijke gevolgen de kop op staken, maar ik was tegelijkertijd wel trots op mezelf dat ik had bereikt wat ik wilde bereiken.  Al eindigde de laatste grote uitdaging van op een afstand, neerkijkend op die prachtige lagune die zo lonkte. Dat avontuur heeft een licht bittere nasmaak achter gelaten. Daarna was het helaas gedaan met uitdagingen, al kun je best stellen dat we Otto, mijn vierwielige vriend, ook regelmatig uitdagen. Die had vast niet gedacht, dat hij vast zou komen te zitten in natte kleigrond en een half jaar later nog regelmatig grote brokken opgedroogde klei hier en daar zou laten vallen. Of dat hij zou balanceren op heuveltjes waar hij nog nét niet afkukelt. Het aller leukste is natuurlijkste door dikke vette modderplassen crossen.

Otto is die eigen opleg van duizenden euro’s meer dan waard, weet ik nog meer sinds deze week. Otto moest voor een onderhoudsbeurt weg en ik kreeg een huis-tuin-en-keuken vervanger waarvan gezegd werd dat mensen er mee in de bossen reden. Tja, je hebt in de bossen rijden en je hebt op avontuur gaan bljkbaar. Wij doen het laatste en proberen de geijkte paden zover mogelijk links te laten liggen.

Toen werd duidelijk dat ik een crowdfunding nodig had om aan een enorm bedrag te kunnen komen voor een operatie waarvan je niet echt  kunt zeggen dat het een droom is. Een noodzakelijk iets, dat wel. Alweer… Ik wist dat ik heel veel dingen tegen had. Mijn leeftijd, het hele kleine netwerk rondom ons, het feit dat ik het voor mezelf moest vragen in plaats van anderen voor mij en natuurlijk het feit dat er daardoor geen grootse dingen georganiseerd konden worden. Dat het niet gemakkelijk zou worden, was bij voorbaat wel duidelijk, maar dat het zo ongelofelijk moeizaam zou gaan, heb ik me (gelukkig) van te voren niet gerealiseerd. Ik zou er anders niet de moed voor hebben gehad om er aan te beginnen.

Het enorme bedrag is er niet gekomen, bij lange na niet. Niet alleen dat doet een mens veel, het feit dat je zo genegeerd kunt worden – zelfs door de mensen en bedrijven die je wel kennen – en weggezet worden als onbelangrijk, kruipt onder je huid en laat je niet meer los. De nachten die ik wakker lig vanwege de pijn of adrenaline die me overdag op de been heeft weten te houden, zijn de  ultieme momenten om me in stilte te schamen voor de fiasco. Ik weet dat ik alles heb gedaan wat binnen mijn mogelijkheden lag. En meer, waardoor ik op de dag van vandaag nog hard afgerekend wordt.

Ik moest al een enorme drempel over om aandacht te vragen voor mijn situatie. Voor iemand die niet graag in het middelpunt van de belangstelling staat, is het echt heel heftig om jezelf en je verhaal in de media te gooien. Het enige wat ik nog kon proberen, was mezelf verlagen tot smeekbedes. Daar hield het voor mij op. Ik heb dan misschien niet zo veel, maar nog wel mijn trots en dat laat ik niet ook nog eens afnemen.

Of de operatie er ooit nog kan komen en ik zo een deel van mijn toekomst nog enigszins in de hand kan houden, is de grote vraag. Ik heb dus maar weer mijn pantser aangetrokken en hou mezelf enigszins voor dat het zonder operatie ook vast wel goed komt. Het feit dat er op de achtergrond hard gewerkt wordt, helpt een beetje. Onder andere een lang uit het oog verloren neef Rudy, wist op te duiken na ruim 30 jaar, exact op het moment dat ik iemand als hij heel hard nodig had. Hij knokt zich achterover en schudt de gezondheidszorg en de verzekeringen goed door elkaar en zet zich zo ook meteen in voor de toekomst van mijn lotgenootjes. Samen met Rudy heb ik nog een paar andere mooie mensen aan dit rot jaar overgehouden. Die heb ik er toch maar mooi aan overgehouden.

Ook al had ik mijn pantser weer aangetrokken, er blijft een soort van wantrouwen en schaamte over me heen hangen. Ik heb de neiging om me te verstoppen als ik over straat moet gaan.  Ik voelde me niks meer waard en was mezelf kwijt. Daarbovenop was er natuurlijk nog het feit dat corona nog steeds ons leven ernstig beperkt – dat van ons wel – en ook dat begint zijn tol te eisen. De walgelijke, onmenselijke verhalen en beelden vanuit Oekraïne maakte het er alleen maar slechter op. Ik zat in een neerwaartse spiraal en dat is helemaal niets voor mij. Ik vond de wereld niet meer leuk, maar ik vond mezelf ook niet meer leuk.

Dus moest er iets gebeuren. Ik wilde niet meer afwachten totdat het misschien ooit beter was op allerlei vlakken. Ik wilde vooral niet meer afhankelijk zijn van alles en iedereen en de regie weer in eigen handen nemen. Ik wil eruit halen wat er nog in zit – binnen mijn mogelijkheden en misschien soms er toch weer iets buiten. Ik wilde de mooie en leuke dingen in de wereld weer gaan zoeken. Die zijn er wel, dat weet ik maar ze zijn te veel uit zicht en overschaduwd geweest. Alles ging naar de crowdfunding: hoe leuk is dat! Ik moest weer op avontuur, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk.

Eén ding waar ik altijd zo blij van werd, had ik al jaren geleden opgegeven: kamperen. Ik weet het: er zijn mensen (ik noem geen namen hoor Ton), die nu spontaan verkrampen of proestend hun koffie uitspugen, maar echt: wil je mij gelukkig zien, laat me dan maar heerlijk relaxed in de buitenlucht leven. Ik moest het opgeven, omdat het niet meer mogelijk was om het comfortniveau dat ik nodig heb, te halen. Ik bedoel dan puur in de zin van liggen en zitten, want luxe hoort in mijn beleving dan weer helemaal niet bij kamperen. Rust, ruimte en natuur is alles wat ik verder nodig heb, maar ook van huuraccommodaties (net als overigens vakantiehuizen of hotels), kom ik compleet gebroken terug. Niet erg, maar daardoor dacht ik dat kamperen écht in het verleden lag. Tot het moment dat ik in mijn diepste dip zat en het leven weer leuk moest gaan vinden.

Een tripje naar een grote kampeerwinkel (voor iets heel anders dan een kampeerartikel) liet mijn bloed weer als een razende stromen. Van het begin tot het einde had ik een grote grijns op mijn gezicht en kippenvel rilde over mijn hele lijf bij het binnen gaan van de moderne vouwwagens. Ik wist dat ze er waren: vouwwagens met echt goede bedden en die vele malen gemakkelijker opgezet konden worden in vergelijking met het gedoe (en geruzie) van vroeger, maar bij het binnengaan van die winkel dacht ik nog steeds dat het bij een ride down memory lane zou blijven. Ik had mezelf beter moeten kennen… Manlief had al wel een vermoeden en werd zelf ook steeds enthousiaster toen hij zag wat er mogelijk was en hij het idee van opstaan-met-een-gebroken-rug-vanuit-een-ietsiepietserig-tentje kon laten vallen.

Ik maakte meteen bij thuiskomst het welbekende voor en tegen lijstje. De eerste kolom werd ruim de langste;  tégen konden we maar weinig vinden. Het benodigde comfort kon ik op deze manier zelf in de hand houden: het zou wat zoekwerk kosten, maar dat zou moeten lukken met alle modernisatie ten opzichte van de laatste keer dat ik kampeerde. De grootste tegen was natuurlijk geld. Bij lange na niet het bedrag dat nodig is voor een operatie, maar toch, veel geld. We hebben wel wat achter de hand, maar het moest wel verantwoord blijven.

Het spreekt voor zich dat het geld van de crowdfunding veilig op de aparte rekening blijft staan. Je weet nooit of er toch nog een mogelijkheid voor doet en anders gaan er zich echt wel weer andere kosten opwerpen wat betreft mijn gezondheid, al voel ik me echt rot tegenover de mensen die wél hebben gedoneerd. Ik zou ze stuk voor stuk sorry willen zeggen. Ik kan alleen maar hopen dat ze me genoeg vertrouwen om te weten dat ik geen misbruik zal maken van de donaties. Ik hoop ook dat iedereen begrip gaat hebben voor het feit dat het moeilijk tot vaak onmogelijk is om het gedoneerde geld terug te bezorgen. Wat we vooral niet wilden, dat dit wederom een reden zou zijn, om ons leven nog langer on hold te zetten.

Dus deden we iets wat we nog niet eerder hebben gedaan: we keken iemand lief aan voor een lening. We zijn (schoon)mama nog jáááááren aan het terugbetalen, maar dat is niet erg. De lol die ik de afgelopen weken heb gehad aan het verzamelen van de kampeeruitrusting en het vooruitzicht van charmante, rustige, kleine campings midden in de natuur, leidde me af van de laatste, mislukte, probeersels om de crowdfunding nog een booster te geven. Vandaag zette ik na 3,5 maand compleet genegeerd te worden een dikke streep onder de laatste pogingen. De stekker gaat uit Lucky Charms en mijn focus en energie gaat naar iets leuks.

Ik zal je de details besparen, want als ik eenmaal begin op te noemen, hou ik niet meer op, maar ik maakte er de afgelopen weken een sport van om dingen te vinden waardoor ik het comfort kan creëren dat nodig is voor mijn recalcitrante lijf. Manlief profiteert overigens meteen mee. Ik ben de beroerdste niet natuurlijk. Ik las over de minder valide faciliteiten op campings die ik altijd miste in vakantiehuizen en hotels waardoor één nachtje me al opbrak.

Ik kon deze week zelfs onze wens weer nieuw leven inblazen, toen ik erachter kwam dat het berggebied in Oostenrijk en Italië meer dan toegankelijk is voor een rolstoel: helemaal als je een Otto hebt. Ik had al vaker gezocht in die gebieden, maar het deed me al overal zeer als ik de foto’s van de accommodaties bekeek. Wat is dat toch met die Oostenrijkers: een tv in de keuken, harde houten bankjes om “comfortabel” de avond door te komen, een geruit kleedje en kabouterbedjes … Ik ben geen luxe beest, maar je kunt overdrijven, toch? Het lijkt er nu in ieder geval op, dat ik de droom kan volgen tot op de bloeiende alpenweide om daar mijn beste uitvoering van The Sound of Music te gaan geven. De berggeiten zijn gewaarschuwd.

De altijd sluimerende, maar onbetaalbare, droom van een aangepaste camper zou altijd een droom zijn gebleven. Zeker nu we vorige week de hoogste prijs ooit in de loterij binnen hebben gesleept (lees: 34,50 euro). De komende dertig jaar hoeven we daar dus niets meer van te verwachten.

We hebben de droom omgezet in een vouwwagen die straks dag en nacht klaar staat om te vertrekken naar een oord waar geen tokkies zijn om ons leven zuur te maken. Of het nu voor een tochtje is dat voor een normaal mens een dagtripje zou inhouden, maar voor ons nu binnen de mogelijkheden valt door een nachtje ergens onze vouwwagen open te klappen of voor meerdaagse reizen verder over de grenzen, om dan na een paar uren auto een goedkope, maar comfortabele tussenstop te maken en zo eindelijk weer op ontdekking te kunnen gaan in het mooie Europa: het ligt allemaal binnen ons bereik. Het is te hopen, dat Europa veilig genoeg blijft: niet alleen vanwege deze luxe reden natuurlijk. Het enige waar ik spijt van heb, is dat we deze stap niet jaren geleden hebben gemaakt. Al weten we heel goed, dat het met onze ADHD asielhond geen optie zou zijn geweest. Nu hij er helaas niet meer is, grijpen we de kans alsnog.

Grappig genoeg vond ik tijdens een opruimpoging, het een na het andere T-shirt met zeer toepasselijke tekst. It meant to be!

We gaan onze dromen volgen, ze weten de weg. En anders hebben we altijd de vriendelijke mevrouw van de navigatie nog.

Het stinkt hier

Als ik al iets van de wereld begreep voordat ik aan een crowdfunding moest beginnen om ernstige complicaties tegen te kunnen houden, dan ben ik dat begrip intussen wel volledig kwijt geraakt.

Eerder uitte ik al mijn ongenoegen over het massaal financieel steunen van mensen en hun bedrijven die weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen in deze pandemie en ondertussen zelfs nog overheidssteun krijgen.  Absurd watvoor bedragen er in no time gedoneerd worden om advocaatkosten of boetes te kunnen bekostigen. 

Het volgende had me misschien niet moeten verbazen, maar de enige manier om moed te verzamelen om überhaupt aan zo’n smeekbede te beginnen, is om je vast te klampen aan enig naïviteit: kranten die zelfs geen kleine advertentie wilden doneren voor een crowdfundingsactie die alleen succesvol had kunnen worden als mensen er ook van hadden geweten.

En dan heb je nog het blijkbaar aanwezige bestaansrecht van reality figuren en influencers, die achterlijke bedragen “verdienen” met, tja, met wat? Het woord “influencer” alleen,  bezorgd me al MCAS uitslag trouwens.
In mijn jeugd (jaja, oma spreekt) bestond het nog niet in deze vorm, al had je natuurlijk wel de populaire figuren op school.  Als die een bepaalde look aanschaften of die ene etui, dan waren er altijd sukkels die de week erop hetzelfde hadden. De volgers met hun likes, zeg maar. Ik moest daar toen al niks van hebben en ging dwars tegen de stroom in.  Het is misschien maar goed dat ik mijn jonge toekomstplannen van mode ontwerper heb laten vallen. Al werden die vlak erna vervangen door een realiteit waar ik niet over had gedroomd of om had gevraagd.

Terug naar de beïnvloeding..
Men gaat de straat op en breekt ze zelfs af, omdat men niet beïnvloedt wenst te worden door “nep nieuws”, maar er is wel acceptatie en zelfs adoratie van figuren die containers met geld verdienen door hun nepwereld te delen? Schiet mij maar lek.

Maar wat ik vandaag las in mijn, toch wel kwalitatief hoogstaande nieuwsblad, slaat toch echt alles.  Ik moest de titel alleen al twee keer lezen om zeker te weten dat ik het goed las.  

“Influencer verkoopt haar scheetjes maar moet stoppen vanwege ziekenhuisopname”. 

Pardon?

De naïviteit kwam weer even bovendrijven. Ik begreep het vast verkeerd. 

Niet dus.

Mevrouw de influencer ving haar scheetjes in een potje en mensen betaalden daar grof geld voor. Dat verkleinwoord gebruikte ze vast omdat het dan zo lief klonk dat mensen wel verder móesten lezen.
Haar geweldige ingeving was zo populair dat ze haar hele manier van eten zo had veranderd, dat ze aan de grote vraag kon voldoen en ze wist precies te vertellen welke voeding de vieze en welke de, ahum, “lekkere” produceerde.  Verdiensten tot nu toe 200.000 euro en counting.

Alleen, ach gossie, de arme ziel: door haar eenzijdige eetgewoontes ontstond er op een dag zo’n ontploffingsgevaar in haar darmen, dat ze dacht dat ze een hartaanval kreeg en in het ziekenhuis belandde. Arme dokters en verpleegkundigen. Alsof ze het nog niet zwaar genoeg hebben de afgelopen twee jaar, krijgen ze ook nog een uren in de wind stinkend influencer over de vloer. Het is voor hen maar te hopen, dat ze de dagen ervoor de voeding tot zich had genomen, die tot de “lekkere” winden leidt.
Het advies luidde om toch maar niet meer van die gekke dingen te doen. Dat advies slaat dit intelligente mensenexemplaar voorlopig nog in de wind en ze verdient waarschijnlijk naar aanleiding van deze ziekenhuisopname (die vast wel vergoed werd) én de gratis media aandacht, voorlopig alleen nog maar meer aan mensen die hun geld liever aan gebakken en stinkende lucht spenderen dan aan iets waarmee mensen die het hard nodig hebben, écht zijn geholpen.

Mijn naïviteit was ik al kwijt.  Mijn geloof in de mensheid is nu ook echt in lucht opgegaan. 

Overigens is vanavond van dat bericht niets meer te vinden in dit nieuwsblad.  Misschien dat ze toch vonden dat er een luchtje aan zat? 

Een ezel…

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, zegt men. Sowieso vraag ik me zodra dat gezegde in me op komt, hoe ze er toch op komen? Hebben ze dat werkelijk gecheckt? Staan ze bij iedere ezel die zijn hoefjes op deze wereld zet, dag in dag uit te kijken of ze dat gezegde misschien een update moeten geven? Toch hebben wij het blindelings overgenomen, zonder enig protest ook en passen we het allemaal wel eens toe. Zo ook ik.

In mijn geval is twee keer stoten ook helemaal niet nodig. Een klein tikje en het is al een stoelendans van schuivende schijven, wervels  of andere onderdelen. Het lijkt wel of een blauwe plek al ontstaat door iets te lang naar een plek te staren. Je raakt er aan gewend. Echt waar.

Mijn nek is echter een ander verhaal. Niet wat betreft dat kleine tikje, de polonaise van wervels of het getal twee. Mijn nek moet wel ten allen tijden beschermd worden tegen het minste geringste duwtje.

Zo ook eerder deze week. Ik had net mijn nekbrace uitgedaan en mijn huid zuchtte even van opluchting  bij het contact met frisse lucht. Ik dacht dus dat het geen kwaad kon om dit – niet geheel onbelangrijk deel van ons complexe omhulsel – nog een paar minuten extra vrijheid te gunnen.

Dat kon het dus wel…

Even de situatie schetsen. Om de vier treetjes in ons huisje te overbruggen, is er een trap geplaatst die bij een druk op een knop veranderd in een plateauliftje. Klein maar fijn. Dit geavanceerde apparaat schijnt ook ogen in de rug te hebben, want zodra er iets onder ligt, weigert het ding om naar beneden te gaan. Al moet ik zeggen, dat ik één keer toch gewonnen heb. Onder zwaar piepend protest, maar winnen deed ik. Later bleek ik dan wel een smashed potatoe van de vloer te kunnen eten.

De ogen zagen blijkbaar weer iets, weigerde pertinent naar beneden te gaan als lift maar wilde ook niet meer in een trap veranderen  en zo moest ik al hangend over de leuning zien wat de boel blokkeerde. Een stukje van een  irritante blauwe supermarktkrat bleek de oorzaak. Ik ging mijn lange grijper pakken (lang leven de handige hulpmiddelen her en der in huis verspreid) en wist het kreng eronder uit te schuiven. Mooi toch? Niet mooi…

Terwijl ik weer overeind kwam, vergat ik dat precies op die plaats, het verlaagde plafond begon. Doordat ik op het hoge plateau stond, botste ik er met mijn hoofd tegenaan. Of eigenlijk voelde het meer alsof het plafond zich boven op mijn hoofd liet vallen.

Een normaal persoon zou een hele rits van niet-geschikt-om-hier-te-herhalen woorden laten horen, bij een harde confrontatie een tijdje een pijnlijke bult of blauwe plek op het hoofd voelen en misschien een uurtje of wat hoofdpijn. Voor degene die nog twijfelt: ik ben géén normaal persoon.

Ik hield het bij één niet-geschikt-om-hier-te-herhalen woord. Dat valt dus mee. Er is geen enkele sprake van een bult of blauwe plek, want daarvoor was de botsing helemaal niet hard genoeg. Vanwaar dan dit hele epistel, hoor ik al enkelen denken. Thing is… Een harde botsing was niet nodig om mijn nek als een trekharmonica-op-zijn-retour in elkaar te laten klappen. Als een duveltje-die-stiekem-uit-het-doosje is gesprongen en die voor straf met brute kracht weer terug geramd wordt in dat veel te kleine hokje. Voel je het al? Doe dat maal tien en je komt in de buurt van hoe het op zo’n moment bij mij voelt. Dat er maar één verre van netjes woord uit kwam, lag dan ook puur aan het feit dat ik niet tot meer in staat was.

Het grappige was dat ik mijn leven in een flits voorbij zag gaan. Niet dat ik er op dat moment om kon lachen, maar ik dacht dat je zo’n flits alleen maar zag bij het naderen van het grote einde. Het was ook niet dat ik nou alles voorbij zag komen, maar op datzelfde moment herinnerde ik me ineens het moment waarop ik in 2016 met een enorme klap, de achterklep van onze auto op mijn hoofd kreeg. Achteraf gezien bleek één gasveer niet meer te werken en de andere was zo solidair om dan ook alles maar te laten gaan. Ineens besefte ik me dan ook, dat dit wel eens het moment zou kunnen zijn waarop mijn hoofd schuin op mijn nek belandde. Ik had alleen eerder die link nooit gelegd.

Ik ging nog verder terug in de tijd en herinnerde me de ontploffing in mijn eerste magnetron (lees jaren negentig), waarvan ik zo schrok dat mijn hoofd voor het eerst in volle vaart op mijn rug belandde.

De “corrigerende” tikken tegen mijn oren in mijn jonge jaren, die altijd meer pijn gaven op andere plekken dan mijn oren, waren de laatste in deze kortstondige tijdreis.

Tjonge, wat je al niet in zo’n korte tijd  kan beleven door zo’n stompzinnigheid. Ik kon me wel voor mijn kop slaan, al weet ik dus uit ervaring dat ik dat maar beter niet zou doen.

Ik schrijf er luchtig over, het is mijn manier om de ongerustheid een plekje te geven , maar de gevolgen zijn zwaar. Waarschijnlijk zal pas duidelijk worden hoe zwaar, als er met de juiste apparatuur ooit weer beelden gemaakt kunnen worden. Voor nu blijft het bij veel pijn, hoofdpijn en zo nu en dan het letterlijke spoor bijster zijn. Nog erger dan anders, zwalk ik dan als een echte dronkenlap door de kamer en dreig ik (tot nu toe gelukkig alleen dat) van de zwaartekracht te verliezen. Gezien het feit dat ik nooit een druppel alcohol nuttig, is dat toch een teken dat het niet helemaal goed zit.

Ik kies er dus maar voor om als ezel door het leven te gaan, want een tweede confrontatie met dat plafond, moet ik toch aan me voorbij laten gaan. We hebben trouwens tegenwoordig een auto met twee deuren in plaats van een achterklep. Leek ons veiliger…

Als ik heel hard lach

Klapt mijn nek achterover tot plat op mijn rug

Gelukkig valt er de laatste jaren weinig te lachen 🙂

Geluk zit in de kleine dingen

Bergafwaarts

Voor schrijven en fotografie is er al een tijdje nauwelijks energie, maar helaas moest ik vandaag wel. Zonder humor deze keer, want er valt even weinig te lachen voor me.

Ik ben zo lang gewend geweest om het zonder erkenning of hulp te rooien, dat ik aangeleerd heb om pijn te incasseren en daarna weer te vergeten. Ik heb geleerd te denken in oplossingen als het ging om energiegebrek en ledematen die niet normaal werken. Ik ben ook nooit bezig geweest met “wat als”. Gewoon één dag tegelijk. Anderen hebben het altijd erger of moeilijker in mijn ogen.
Toen ik begon met het opbouwen van de crowdfunding had ik nog steeds die instelling. Ik wist dat de operatie er moest komen, maar ik had nog geen haast. Anderen hadden het harder nodig…

Alleen heeft mijn nek daar blijkbaar lak aan. De instabiliteit wordt steeds groter. Van 24 uur per dag een nekbrace dragen die ‘s nachts vervangen werd door één in een lagere stand waardoor mijn kaken werden ontzien, ben ik nu naar 24 uur per dag de hoge gegaan. Overdag is het meestal onder controle maar ‘s nachts gaat het vaker en vaker mis. Een harde knak, een (flinke) verschuiving en een onmiddellijke zware hoofdpijn en nekpijn als gevolg.

Helaas is het verschil met de EDS gerelateerde uit de bocht vliegende onderdelen”, dat bij EDS de pijn fel maar vaak van korte duur is. Wanneer de nekwervels verschuiven geeft dat een langdurige, vaak misselijkmakende nekpijn onder tegen de schedel en een zware hoofdpijn.

Maar dat is het niet alleen. Bij iedere luxatie ontstaat er meer en meer schade en die schade kan uiteindelijk ook levensbedreigend worden. Het afgelopen half jaar ontstonden er aanvallen in mijn been die vanuit de rug of nek zouden kunnen komen. De afgelopen maanden werden die aanvallen steeds heftiger: twee benen tegelijk, toen mijn romp erbij en nu ontstaan er ook regelmatig van die aanvallen in mijn armen. Dat maakt dat de piste dat de oorzaak in de nek ligt aannemelijker. Het ging van één aanval zo nu en dan ‘s nachts, naar iedere nacht meerdere (soms achter elkaar) en nu ook al als ik sta waarbij ik de volledige controle verlies over mijn benen. De pijn is intens en adembenemend maar niet in de goede zin en ik ben uitgeput.

Ik ben nu dus zover dat ik me echt wel zorgen maak, want ik ga hard achteruit. Wat de precieze  schade is die is ontstaan sinds de umri in Londen zullen we pas weten als we in Barcelona kunnen komen en er weer met een speciaal apparaat nieuwe scans zijn gemaakt, maar het ziet er niet goed uit. En het wordt steeds meer de vraag, gezien het moeizame verloop van de crowdfunding of ik Barcelona op tijd ga halen. Te weinig mensen lenen hun netwerk uit om mijn crowdfunding meer aandacht te geven. Dus als je daar nog mee kunt helpen, heel graag.

https://lucky-charms-crowdfunding.from-my-point-of-view.com/

http://Facebook.com/luckycharmscf

Niet de bedoeling

Ik ben iemand die zich altijd aan de regels houd. Dat gaat soms, onbewust, achterlijk ver.  Ik heb nog de neiging om links, rechts en links te kijken voordat ik een bospaadje oversteek.  Ik zeg zelfs pardon als ik een boertje laat (of zelfs hik maar dat slaat helemaal nergens op), terwijl ik alleen ben. Toen ik nog auto kon rijden, ging die richtingaanwijzer ook aan op een bosweg waar in geen velden of wegen een mens of voertuig te zien was. 

De afgelopen periode van covid was dan ook geen enkel probleem wat mij betreft.  Ik volg de regels.  Niet alleen voor mezelf, ook voor alle anderen die ik daarmee kan helpen.  Dichtbij maar ook de mensen in de zorg. De roep om vrijheid werd groter, regels aangepast om toch dat gezamenlijke doel te bereiken. Voor mij had het nog niet gehoeven, maar goed.

Gebogen regels

Wij volgen de regels en we betalen in twee landen aanzienlijke bedragen om netjes verzekerd te zijn en niet in situaties te komen waarbij onvoorziene omstandigheden ons in uitzichtloze situaties kunnen brengen of we onze handen op moeten houden. 

Wij houden ons aan de regels, alleen worden die regels gewogen en gebogen, precies zoals het de instanties uitkomt.  Zo is het toch nog onmogelijk de zorg te krijgen die ik nodig heb.  Alleen maar omdat ik EDS heb en afhankelijk ben van expertise in het buitenland.  Een anonieme, kortzichtige blik en een totaal gebrek aan de nodige medische kennis zetten in een vloek en een zucht, een beslissing op papier waardoor ik – ondanks alle gevolgde regeltjes – alsnog mijn hand op moet houden en afhankelijk ben van de goedheid van mensen. Mijn trots moest ik opzij zetten om een crowdfunding op te zetten en dat viel me zwaar, maar er was geen andere uitweg meer. 

Daarna zit er dan weinig meer op dan iedere dag de bankrekening checken om helaas na een paar weken na de lancering niet of nauwelijks verandering te zien met nog geen 8000 euro in totaal op de teller. Het doel dat bereikt moet worden: 85.000 euro.

Zoveel ondernemingen aangeschreven, geen enkele gereageerd. “Ravels helpt”, alleen geldt dat blijkbaar niet voor mij. In mijn geboortedorp Goirle aan de andere kant van de grens waar ik zo lang heb gewoond toen ik nog volop in het leven kon staan, heeft zogenaamd niemand de krant of emails gezien en gesprekken waar begrip en medeleven leek te zijn, worden aan de kant geschoven zodra ik weer de deur uit ben. De vraag om gebruik te maken van netwerken die ikzelf niet heb, lijkt al te veel gevraagd voor de meesten waardoor alles stil is gevallen.

Het is wat het is, meer kan ik niet doen.  Al doet het iedere dag weer enorm zeer en weet ik werkelijk niet hoe het verder moet. Ik weet wat mijn lijf nodig heeft, maar zonder genoeg hulp is dat onmogelijk te bereiken.  Trots voel ik me al lang niet meer.  Integendeel. Ik weet dat ik het niet kán opgeven, maar het liefst zou ik in een hoekje weg willen kruipen en doen alsof ik nooit om iets gevraagd heb. Sommigen zullen dat afschilderen als zielig gedoe. De mensen die me kennen weten dat ik gewoon schrijf wat ik voel. Oprecht en gekwetst, niet zielig.

Maar als ik dan vervolgens lees, dat een ondernemer die 180.000 euro aan steun van de overheid heeft gekregen, in no time 240.000 euro aan donaties krijgt via een crowdfunding omdat die zich niét aan de regels wil houden… Dan word ik letterlijk niet goed en staan de tranen in mijn ogen.

Dan vraag ik me toch af wat ik verkeerd heb gedaan, welk regeltje ik heb gemist, om dit te verdienen.

Dit was niet de bedoeling, zegt de ondernemer.  Nee, inderdaad.  Dat kan ik voluit zeggen.  Het was niet mijn bedoeling om EDS te hebben (onder andere) waarover weinig tot geen kennis hier is, het was niet mijn bedoeling een instabiele nek te hebben en het was al zeker niet mijn bedoeling om mezelf zo te moeten verlagen dat ik dit soort teksten zou moeten schrijven. Maar blijkbaar moet het.  Niet alleen ik vraag me af hoe het kan dat de maatschapij soms zo ziek lijkt te zijn: er zijn meer mensen die zich dat afvragen. En dát zijn de mensen die me op de been houden. Mijn hoofd minder fier overeind dan bij de lancering van de crowdfunding website waar ik zo trots op ben, maar gelukkig houdt mijn nekbrace de instabiele wervels nog redelijk hoog voor de buitenwereld. . 

Utrechts restaurant Waku Waku: ‘Dit was niet de bedoeling’ – https://nos.nl/l/2399800

https://lucky-charms-crowdfunding.from-my-point-of-view.com/

Watertrappelen

Je begint met goede moed aan zo’n crowdfunding. Je kunt niet anders. Er zijn geen andere opties meer. Ik haalde ruim vier maanden lang alles uit de kast wat ik in me heb. Spendeerde uren en uren aan de regels,  foto’s, teksten en opmaak. Dook in het adressenboek van het verleden om mijn kleine kringetje toch nog iets groter te maken. Speurde het internet af naar nog meer adressen die ik kon gebruiken en maakte een lijst van media aan die ik, uiteindelijk, zou contacteren. Tactiek uitgedacht en vervolgens was het zover. De website stond online en kreeg veel complimenten. Fijn, het werk werd gewaardeerd, maar brengt het ook genoeg op?

De eerste dagen was er nog niet veel rust te bekennen. Foutjes kwamen boven zweven en moesten nog even aangepakt worden. Verbetering hier, kommaatje daar. Vragen moesten beantwoord worden en er meteen voor zorgen dat de website zo werd aangepast dat die vragen er niet meer zouden komen .

 De tweede dag na de release wandelde door mijn bloementuintje naar het compostvat en moest ik ineens vol op de rem. Voor mij zag ik de prachtige, bijzondere, vlinder die ook vorig jaar onze tuin had aangedaan. Nou ja, dezelfde zal het waarschijnlijk niet zijn, maar wel hetzelfde soort dus. Deze keer waren het er twee, die in een prachtig, sensuele dans waren verwikkeld.

Stond ik daar met mijn handen vol afval: twijfelend wat ik zou doen. Teruglopen en mijn camera halen met het risico dat ze ondertussen weg waren en ik niet meer had genoten van het mooie schouwspel? Ze dansten de hele tuin door met zijn tweeën, maar ze gingen zo snel dat de kans dat ik ze fatsoenlijk vast kon leggen maar heel erg klein was. De man met de hamer was ook langs gekomen, zoals altijd als er de ruimte en rust was en de adrenaline wat is weggezakt. Dodelijk vermoeid en overal pijn maakte me eigenlijk duidelijk dat het misschien beter was om deze kans maar te laten gaan.

Toch kon mijn fotografiehart het niet laten, negeerde de bibber benen, dropte ik het afval ergens halverwege op de veranda en pakte mijn camera. Belichting zo goed en zo kwaad als het ging ingesteld in die omstandigheden van fel licht en diepe schaduw waarmee die vlinders natuurlijk geen rekening hielden en begon te knippen.

Ik moest er al gauw om lachen. Niet te doen om die beestjes goed in mijn lens in beeld te krijgen. Ze waren al weer weg voordat de camera scherp kon stellen. Om ze niet als puntjes uiteindelijk in beeld te krijgen, maakte ik  ook niet van de snelste lens gebruik, dus dat hielp ook niet echt maar ik bleef knippen. Een snelle blik tussendoor leerde me, dat het resultaat was zoals verwacht. Vage beelden, een halve vlinder net nog op het randje vastgelegd. Dat was dus niks. Ik mocht van mezelf nog één poging doen, want mijn benen trilde onder me uit. Ik nam nog een keer de metingen door, veranderde wat in de instellingen en probeerde ze weer te vangen.

Geen commentaar…

Ze bleven hun dans maar uitvoeren, onvermoeibaar. Werkelijk een prachtig schouwspel en tot mijn grote geluk, bleek na een nieuwe blik op de gemaakte foto’s dat het me was gelukt om dit bijzondere moment naar tevredenheid vast te leggen.

I  FELT LUCKY

en dat had ook zijn weerslag op mijn blik op de crowdfunding. Het kwam vast goed.

Mijn zorgvuldig opgestelde tactiek werd echter gisteren, door een goedbedoelde maar niet zo’n slimme actie en die zonder overleg met mij werd uitgevoerd, onderuit gehaald en ineens moet alles op de schop. Dat maakt dat ik me vandaag heel kwetsbaar voel. Een golf van “dit gaat nooit goed komen”, probeert me ondersteboven te gooien en ik probeer mijn hoofd boven water te houden al watertrappelend. Probleem is: ik was vroeger al een waterrat, maar watertrappelen… dat heb ik dus nooit gekund. Ik had er de kracht toen al niet voor, mijn heupen konden de slag niet maken en mijn benen hadden werkelijk geen idee waar ze uithingen. Ik lag meer met mijn gezicht als een verwelkt bloempje op het water dan dat het een overlevingstactiek was. Twee zielige vingertopjes die net boven het water uit kwamen gepiept, maakte het geheel af. Maar, ik ben nog niet één keer verdronken en dat is toch al wat.

De donaties lopen nog niet erg binnen, maar van sommigen bedragen val ik dan wel weer achterover. Ik ben blij dat ik mijn dankwoorden al klaar had en dat ze exact klopte met wat ik op zo’n moment voel, want zelfs live – komt er geen woord meer uit. Stil, heel erg stil word ik daar van.

Ik laat me niet zo maar kopje onder duwen, dus ik watertrappel nog even door. Spuug zo nu en dan wat ingeslikt water weg, hef mijn hoofd op – de nekbrace helpt daarbij een handje – , prik mijn vingers in de lucht en ga er weer voor. Morgen dan…

Vitamine Sea

We moesten er even tussenuit, al had ik gehoopt dat de crowdfunding al in de lucht zou zijn, maar een artikel over een toegankelijk strand gaf het duwtje om nu al te gaan. Al zo lang wilde ik weer naar mijn geliefde zee, maar om daar aan te komen en dan op afstand te moeten toe kijken, zou op een grote teleurstelling uitlopen. Zoals die keer dat we speciaal naar Haamstede waren gereden, omdat daar het betonnen pad je tot aan het strandpaviljoen bracht. Dacht ik… Vanaf het pad naar het paviljoen dat op zo’n tien meter ernaast lag, lag alleen maar een dikke laag zand. Misschien lag er wel beton of hout onder, maar geen mens die eraan had gedacht dan, om het ook toegankelijk te houden.


Toen kwam dat artikel vorige week via de WhatsApp binnen. https://noordkopcentraal.nl/nieuw-strandpad-voor-minder-validen/?utm_source=dlvr.it&utm_medium=Facebook

Daar móest ik heen! Ik zou met Otto eindelijk weer tot aan de waterrand kunnen komen. Of toch op zijn minst op het harde deel en daar heeft Otto geen problemen mee. Manlief was ook meteen enthousiast en zeker toe aan een break, dus was het gauw geregeld.

Omdat wij als Nederbelgen ons sowieso aan strengere maatregelen (willen) houden, maar daarbij natuurlijk ook mijn achterliggende aandoeningen extra voorzichtigheid vragen, hebben we in overleg met de B&B eigenaren wel meteen geregeld dat we op onze kamer zouden ontbijten in plaats van met de rest van de gasten bij het buffet. Zo konden we met een gerust hart vertrekken.

Connected to the neckbone

De ochtend begon al goed. De hele nacht hadden mijn ribben en schouderblad  liggen vervelen en toen ik die bij het wakker worden weer op hun plaats wilden zetten, ging het niet helemaal als gepland.  Bij het terugschieten, schoot er verderop in mijn nek iets van zijn plek. Ik moest meteen denken aan het onderstaande liedje. Het is simpel weer gegeven, maar het klopt wel. Het is allemaal met elkaar verbonden en heeft zeker invloed op elkaar. Meestal in de niet gunstige zin voor ons.

Vitamine Sea

Maandag zijn we dan aan het begin van de middag vertrokken bij de B&B aan te komen waar we om drie uur konden inchecken en ik eerst wat kon rusten. Tegen half vijf gingen we dan op weg naar het uiteindelijke doel. Toch waren we nog een beetje beducht voor een koude douche en dat gevoel werd erger hoe hoger we bij de duintop kwamen. Het zou toch wat zijn dat we dat hele eind hadden gereden om er dan achter te komen dat de betonplaten me alsnog niet zouden brengen waar ik wilde uitkomen: met mijn nieuwe laarzen in het water…

De eerste blik op de zee deed mijn hart weer een sprongetje maken. Er kwam meteen een grote glimlach op mijn gezicht en volgens mij is die er niet meer afgegaan totdat we weer op de terugweg waren. Gelukkig werd het betonnen pad geen teleurstelling., al was het laatste stukje nog wel even werken voor Marcel die met duwen ervoor kon zorgen dat ik niet vast kwam te zitten. Natuurlijk was het uitgerekend nu redelijk hoog water; dat zal je altijd zien.



Net wat eerder was een man op een quad aan komen rijden en had deze ter hoogte van dat punt geparkeerd om naar ons te kijken. Vervolgens juichte hij net zo hard als ik toen het was gelukt om het moeilijke stukje te overbruggen en ik op het strand stond. Meteen had ik het gevoel dat dit de Peter was die dit pad had geregeld. Als eigenaar van het naastliggende strandpaviljoen kon hij het niet meer aanzien hoeveel moeite mensen moesten doen om met de speciale strandstoelen die daar te lenen zijn, door het stuifzand heen te komen. Hij had vast niet gedacht aan een Otto die hier ook heel goed gebruik van kon maken. Maar ik was door het dolle heen en wilde naar het water dus na een zwaai en een lach gingen we ieder een andere kant op.

Het rijden op het harde deel is geen probleem voor Otto, maar ik wilde natuurlijk weer te veel en reed een paar keer te dichtbij de zee waardoor Otto wegzakte en er weer mankracht nodig was om eruit te komen alhoewel achteruit rijden, me vaak wel uit de penarie helpt.

Otto werd op de eerste rang geparkeerd en de campingstoel ernaast. Ik was weer thuis en genoot met volle teugen. Ik negeerde de pijn en vermoeidheid zo lang mogelijk, genoot van de wolken en de golven, lachte om de spelende kinderen en enthousiaste honden en liet mijn longen vol lopen met de zeelucht. Geen benauwdheid te bekennen.

Natuurlijk moesten ook mijn speciaal gekochte laarzen het water in, maar de stabiliteit was ver te zoeken, merkte ik. Alleen al door te kijken naar het terugtrekkende water raakte ik mijn evenwicht kwijt en zodra het zand mijn voeten begon op te zuigen, werd het helemaal een wankele bedoeling. Een paar minuutjes was dan ook genoeg.



Doordat ik Otto naar achteren kan kantelen en de druk op mijn rug en nek zo verminder, kon ik het zo’n drie uur volhouden. Een unicum! De afstraffing kwam niet zo heel veel later toen de adrenaline afzakte en de zware hoofdpijn en het beroerd voelen me in elkaar gedoken in bed lieten belanden. Geluid en licht was te veel en ik kon niks anders dan me volledig afsluiten en hopen op een snelle slaap. Nou… Dat duurde wel even en ondanks dat ik meer uren heb weten te pakken dan normaal in een vreemd bed, stond ik niet geheel onverwachts gebroken op. Na een relaxt ontbijtje op de kamer met een weids uitzicht, vertrokken we nog één keer naar het strand.

Het heeft vast weer iets te maken met een of andere wet, want het water stond zelfs nog hoger dan de dag ervoor. Zal je altijd zien. Toen ik nog met krukken tot aan de waterrand probeerde te komen, lag dat natte goedje me toch echt altijd in eb-stand in de verte uit te dagen.

We lieten de drukte gauw achter ons, want wat zijn mensen toch luie, gemakkelijke wezens. Ineens moet íedereen zo nodig rechtuit via die betonplaten het strand op en het liefst ook gewoon rechtdoor de zee in. Ze willen met moeite nog net een metertje naar links of rechts om daar dan neer te ploffen in het zand, maar dat is het dan ook wel. Otto bracht me moeiteloos naar een heerlijk rustig stuk strand en daar installeerden wij ons. Alleen bleek al snel dat het water niet – zoals we dachten – zich aan het terugtrekken was, maar nog aan het opkomen. Geen probleem voor het stuk waar wij zaten, maar als we nog over hard zand terug wilde komen bij het betonnen pad, dan moesten we toch al snel weer gaan verkassen. Zo jammer, maar het was niet anders.

Ik heb me toen op het einde van dat betonnen pad geïnstalleerd, Marcel er naast. Eigenlijk had ik de neiging om me in het midden te parkeren, want al die domme mensen die alleen maar hun blik op vooruit hadden, bleken ook erg veel moeite te hebben met het concept 1,5 meter. Sommigen liepen bijna tegen Otto aan en dat is toch geen kleintje om te negeren om vervolgens zo wat over me heen te hangen. Tja, zo’n strand is ook zo krap, hè. Vanwege mijn minder valide mede mens bleef ik toch maar netjes aan de kant staan. Al heb ik die verder niet zien passeren. Alleen het meisje met Down Syndroom die zo lief hallo zei, maar haar benen deden het prima. Zowel op de terug- als op heenweg, waren er zelfs mensen die zich duidelijk ergerden aan het feit dat ik daar reed en ze niet midden op het pad konden blijven lopen. Sommigen moesten zelfs door anderen aan de kant gezet worden, terwijl ze me al lang hadden gezien en aan alle kanten uitstraalden dat ze niet van plan waren aan de kant te gaan. Als je toch zo bang bent van dat zand, dan vraag ik me toch af wat je daar dan doet, hoor.

Toen kwam quad-man weer in zicht. Hij parkeerde weer naast het pad en grijnsde. Ik vroeg of hij degene was die dit voor elkaar had gekregen en de grijns werd nog groter. Het gevoel dat ik de vorige dag had gehad, bleek te kloppen als een bus. Ik was blij dat ik hem nog een keer zag, want ik had ‘s ochtends tijdens het ontbijt nog met veel moeite al mijn energie bij elkaar geraapt om een uitgebreide dankmail te sturen. Tenminste… dat dacht ik, want ik had net op het strand ontdekt dat die mail nooit verzonden was en ook niet in concepten stond. Het kostte me minder energie om hem nu even in levende lijve te bedanken dan nog een keer dat hele verhaal te typen en het was nog leuker ook. Hij was duidelijk in zijn sas omdat ik zo blij was en verzekerde ons ook nog dat, mochten we toch een keer vast komen te zitten, er altijd genoeg mensen waren bij het paviljoen om even te helpen. Zelfs de reddingsbrigade kon nog opgetrommeld worden. Dat laatste kan Manlief wel op ideeën brengen, want die had al visioenen bij het voorbij rijden van een aantal reddingsbrigade-dames. Mocht hij dus ineens, in plaats van me al mopperend te waarschuwen dat ik wel moet opletten waar ik rij, me aanmoedigen om vooral nog wat dichterbij te gaan, dan weet ik hoe laat het is.

Al wilde ik met heel mijn hart en ziel daar blijven en nooit meer weg, mijn lijf liet me al een hele tijd weten dat het gedaan was en viel op een gegeven moment echt niet meer te negeren. Nog een rondje draaien boven op de duin, een laatste blik en een diepe zucht.

Na een lange rit waren we weer thuis. De benauwdheid was meteen weer terug. Volgende week toch maar richting huisarts om een verwijzing te vragen voor een broodnodige verhuizing naar de kust. Om gezondheidsredenen. Zal toch wel vergoed worden?

Peter en alle sjouwende medewerkers: bedankt!!!

Zo moeilijk is het dus niet! Met een beetje wil kan het strand en de zee voor iedereen bereikbaar zijn. Dus kom op gemeentes en paviljoenhouders. Laat je niet kennen en schouders eronder. Jullie zouden zoveel mensen een groot plezier doen.